Nabestaanden overwegen juridische stappen

Toch geen excuses voor dood van patiënte Suzanne Zwarts

Yelle Tieleman

Zegveld/Utrecht - De geestelijke gezondheidsinstelling Altrecht neemt de eerder aangeboden excuses aan de nabestaanden van psychiatrisch patiënte Suzanne Zwarts uit Zegveld terug. De geneesheer-directeur schreef eerder een ex-uusbrief, maar een onderzoeksrapport naar aanleiding van haar dood neemt deze excuses niet over.

Psychiatrisch patiënte Suzanne Zwarts (31) overleed in februari 2018 in de gevangenis in Zaanstad, nadat Altrecht haar onder dubieuze omstandigheden de kliniek had uitgewerkt Altrecht stuurde de nabestaanden van Zwarts een excuusbrief. De brief, die in bezit is van deze krant, is geschreven door geneesheer-directeur Pieter Prins en mede ondertekend door de raad van bestuur. In de brief geeft Prins toe dat zijn instelling 'op belangrijke punten niet juist heeft gehandeld'. In september 2017 stak Zwarts in haar kamer een stapel kranten in brand in de hoop dat ze zou stikken. In de excuusbrief geeft Prins toe dat 'een kleine onderstroom van het personeel' al een jaar lang genoeg had van Suzanne en in het brandje een 'mooie kans' zag van haar af te komen.
Nadat het AD schreef over Suzannes dood en over de excuusbrief, besloot Altrecht een onderzoek in te stellen. Maar tot grote woede van de familie Zwarts wil Altrecht de onderzoeksresultaten niet vrijgeven, maar slechts in een mondeling gesprek toelichten.
Privacyregels
Volgens Altrecht heeft Suzanne geen toestemming gegeven en kan Altrecht daarom vanwege privacyregels het rapport niet aan haar nabestaanden verstrekken. Vader Cor Zwarts: „'Uw dochter heeft er geen permissie voor gegeven', werd mij verteld. Zou onze dochter door haar zelfmoord nou echt de spelbreekster zijn? Dit is totaal gebrek aan normbesef." Zwarts wijst erop dat zijn dochter bij leven diverse malen toestemming heeft gegeven voor het delen van allerlei informatie.
Aansprakelijk
Het steekt Zwarts bovendien dat Altrecht in een gesprek heeft aangegeven dat de bevindingen in de brief van Pieter Prins niet worden overgenomen in het onderzoeksrapport. Wel stelt Altrecht verbe-terpunten door te gaan voeren. „Zelfs de toenmalige voorzitter van de raad van bestuur heeft de brief ondertekend. Mij is verteld dat deze mevrouw de brief niet goed heeft gelezen voordat die werd verstuurd. Ik kan er geen touw meer aan vastknopen, als vader van een kind dat in de gevangenis zelfmoord heeft moeten plegen. Onze dochter had volgens Pieter Prins nooit door Altrecht mogen worden verbannen. Mijn familie voelt zich als door een legertank overreden."
Zwarts zegt dat hij niets anders kan doen dan kiezen voor juridische stappen, om zo toch het onderzoeksrapport in handen te krijgen.Cor Zwarts: „Ons rest nu de juridische route om Altrecht aansprakelijk te stellen. Wij zijn het aan onze dochter verplicht. "Altrecht wil inhoudelijk niet reageren en zegt dat zij de familie Zwart heeft aangeboden het rapport in te zien.

Bron: AD Woerden 29 maart 2019

Nepduikers om ratten te weren

ZEGVELD - Bij de nieuwe waterberging aan de Grecht bij Zegveld zijn zestien 'nepduikers' in de dijken aangebracht om overlast van muskusratten tegen te gaan. Nepduikers zijn afgesloten pijpen in de dijk. De muskusrat ziet deze duiker aan als een ingang in de dijk. De muskusrattenbestrijding kan het dier daarna eenvoudig pakken. De populatie muskusratten in de omgeving van de Grecht is onlangs flink toegenomen waardoor maatregelen nodig zijn. Muskusratten ondermijnen de stevigheid van de waterkeringen.

Bron: AD Woerden 26 maart 2019

Ik ben pas twee jaar blij met wat ik kan.

Harrie van Opstal
Haast achteloos, maar toch ook stiekem trots draait hij zich om naar het enorme doek dat achter hem staat. Het is schuin tegen de muur gezet, want het is zó hoog dat het niet rechtop kan staan. De knoert van een doek (vier bij drie meter) is door Ido Vunderink geschilderd in opdracht van de gemeente Woerden. Het komt te hangen in het trappenhuis van het vernieuwde gemeentehuis. Omdat de oplevering is vertraagd, staat het werk noodgedwongen nog te wachten bij Vunderink in het atelier. „Ze zouden het in november komen ophalen."
„Het was wel een hele happening toen die opdracht kwam. Allerlei politici en ambtenaren kwamen langs en vertelden wat voor werk zij graag zouden zien. 'Je moet dit, je moet dat. Ga links, ga rechts'. 'Nee', zei ik. 'Laat mij m'n gang gaan. Jullie moeten niet m'n hand willen vasthouden'."
De architect die de renovatie van het gemeentehuis aan de Blekerijlaan in Woerden ontwierp, snapte hem wél. „Hij zei simpelweg: 'Jij schijnt het goed te kunnen. Ga maar gewoon aan de slag, ik zie wel wat het wordt'."
Het resultaat is een 'heftig geabstraheerd' schilderij dat 'voor mij redelijk getrouw de natuur van het Groene Hart weergeeft', vertelt Vunderink. „Het schilderij komt bij de trap naar boven en is te zien vanuit de centrale hal. Kijk, dat is de hemel die naar boven gaat. De wolken eronder hangen aan elkaar. Het lila tilt die wolken op. En daar zie je de weilanden, de sloten. Het is wel ongeveer geworden zoals ik het gedacht had. Het rood bijvoorbeeld dat je tussen de wolken ziet, dat heb ik grotendeels weer weggehaald. Zo'n doek moet er lang hangen. Het moet een aangename rust uitstralen, maar wel een bepaalde kracht hebben. Ik denk dat dat wel gelukt is; de burgemeester zei dat hij het elke keer mooier vond worden."
Puber
Vunderink oogt broos, maar loopt zó kwiek door het atelier dat je die 83 jaren niet aan 'm af ziet. „Ja, ik ben een puber, ik voel me hooguit 50. Maar mijn lichaam voelt soms als 100. Ik merk dat de tijd eraan vreet, dus ik ontzie het wel zoveel mogelijk. Een jaar geleden hadden ze mij al min of meer opgegeven. Hier, aan de zijkant van mijn borst, zit een ader die langzaam dichtslibt. Daar kunnen ze niet bijkomen, ze durven niet meer te opereren. Dus ik moet kalm aan doen, rustig ademhalen en doorgaan. Sinds een tijdje heb ik een nieuwe dokter. Toen ik in november 2017 de opdracht van de gemeente kreeg, zei hij: 'Stel het uit, dit is te zwaar om te doen. Je kunt het waarschijnlijk niet afmaken.' Ik zag er toen ook beroerd uit, geloof ik. Maar ja, toch ben ik het gaan proberen. Hoewel het een joekel van een doek is. Voor ziek zijn heb ik geen tijd, ik wil doorgaan. Maar ik geef toe dat het keihard werken is."
Vunderink beleeft dit jaar een jubileum; hij pakte 80 jaar geleden voor het eerst de kwast om iets te schilderen. Hij glimlacht om dat gegeven. „Ach, als ik het nu nog niet zou kunnen. Ik heb tachtig jaar geoefend, laten we het zo uitdrukken. Mijn hele leven probeer ik iets moois, iets goeds te maken. Iets waar ik zelf vrede mee heb. Pas de laatste twee jaren ben ik blij met wat ik kan."
Knauw
Zelfkritiek zit er van oudsher in bij Vunderink. „Ik ben dyslectisch. Daardoor werd ik op de lagere school als dom beschouwd. Pas met het schilderen heb ik succes gehad. Weet je, het zit erin of niet. Ik kan er niks aan doen dat ik het een beetje kan. Toegegeven, ik heb me wel de pokken gewerkt. Maar dat is nodig. Als je in dit vak twee maanden niks doet, kun je het wel vergeten. Ik schilder elke dag, nog steeds. Want dan kun je wat gaan opbouwen."
Het afgelopen jaar 2018 was volgens Vunderink 'geen gemakkelijk jaar'. „Ik zie velen om mij heen wegvallen. Een van hen was fotograaf Hans van Ommeren, met wie ik veel contact had. Hij wilde de hele wereld doen. Hier in een museum exposeren daar in een kerk. Maar als je dan zijn graf ziet met bloemen erop, dan grijpt dat aan, dan ben je uitgeschetterd. Daar kun je van in een depressie raken. Ik heb daar best een knauw van gekregen. Ook ik heb op een zeker moment de dood in de ogen gekeken. Dat went nooit. Maar na verloop van tijd drong zich de vraag op; ga je mee in het drama, of ga je door. Het werd dat laatste." De schilder heeft in 2018 een vijftal doeken met religieuze voorstellingen gemaakt. Hij laat er een zien. „Dit verbeeldt Christus aan het kruis. Ik wilde geen klassieke Jezus met pijpenkrullen en Maria in treurnis aan de voet van het kruis. Veel mensen vinden het heel apart; het is van boven geschilderd. Kijk, zijn hoofd valt naar voren, Jezus valt dood uit het doek. Een vrouw barstte in huilen toen ze het zag."
Vunderink loopt naar een ander schilderij en vervolgt: „Dit is de barmhartige Samaritaan, die de gewonde man in de berm te hulp schiet. Ik wilde het zó schilderen dat de Samaritaan hem niet optilt, maar echt draagt. Je ziet geen handen, geen armen. Alleen gebogen lijnen. En als het dan lukt om dat weer te geven, dan is het mijn geluksdag, een beloning van al die jaren werken. Wachten op inspiratie is lulkoek. Ik moet vaak dingen overdoen, al zit het er maar een paar millimeter naast. Dan krab ik de verf eraf en begin ik opnieuw. Het gebeurt nogal eens dat ik 's morgens vanuit de douche naar het doek loop en zie: 'Toch heb ik het verkeerd gedaan'. Dan begin ik opnieuw. Vergelijk het met een dans. Als er maar iets in het ritme van de dans scheef loopt, valt de danseres. Ik houd niet van die vreselijke dissonanten. Het moet kloppen."
Barbra Streisand
Gevraagd naar zijn inspiratiebronnen, noemt hij Nicolas de Staël (1914-1955). „Hij heeft een heel andere stijl, maar in zijn werk zie je dat hij steeds tot de essentie probeerde te komen, harmonie te creëren. En als ik dan naar dat schilderij voor de gemeente kijk, ben ik blij dat ik dat voor mekaar heb gekregen." Vunderink noemt ook alt Kathleen Ferrier en popzangeres Barbra Streisand. "Zoals zij konden zingen, zo wil ik ook schilderen."
Hij heeft vele honderden schilderijen naar klanten over de hele wereld zien gaan. Daarnaast is er een flink aantal hem te dierbaar om de deur uit te doen. Hij wijst: „Die staan hier allemaal boven."
Zo'n 'oogst' zal Vunderink toch tevreden stellen? „Eigenlijk vind ik het nog steeds een wonder dat mensen mijn schilderijen mooi vinden. Ik ben er wel van overtuigd dat ik een aparte stijl heb. Maar de verbazing over de waardering die ik ervoor krijg, blijft in mij zitten. Weet je, pas de afgelopen twee jaar ben ik echt tevreden over m'n werk. In het verleden trok ik me het oordeel van anderen meer aan, wilde ik 'pleasen'. Dat heb ik niet meer, ik ben dichter bij mezelf gekomen. Die horizon hoeft niet recht te zijn. Ik schilder meer voor mezelf. Dat schilderij van de verloren zoon bijvoorbeeld. Maar ook dit werk."
Hij wijst naar een doek in blauwige en grijze tinten dat in de woonkamer aan de muur hangt. „Dat heb ik gemaakt na het overlijden van Hans (Van Ommeren, red.). Het is een 'troostboom', zoals hij die fotografeerde met zijn geprepareerde camera. Het was zó mooi wat hij maakte. Ik heb hem dat ook gezegd, hoor. Dat het onzin is als mensen roepen dat fotograferen géén kunst is. Hij was er ontroerd van. Zo heeft iedereen in de kunst een eigen weggetje om te gaan."
Weer niet goed
Bij Vunderink is een schilderij nooit af. „Soms valt mijn oog op een oud schilderij waarover ik toch niet helemaal tevreden ben. Daar in de hoek staat eentje waaraan ik al vijftien jaar werk. Elke keer zit ik er weer aan te sleutelen. Nee, ongeduldig word ik er niet van. Vaak gebeurt het dat ik tegen mezelf zeg 'wéér niet goed, jongen'. En dan ga ik de verf van gisteren er weer afkrabben."
Kwasten gebruikt Vunderink alleen voor de onderschildering; de ruwe opzet. „Voor het overige doe ik alles met het paletmes. Van schilderen word ik dolblij. Anders zou ik het niet meer doen."
Exposeert de Meijenaar nog wel eens? „Niet meer hier in eigen huis, zoals ik in het verleden deed. Dat ging niet meer. Zeshonderd man in vier weekends, dat kunnen wij niet meer aan. Ik zou best nog eens aan een expositie willen meewerken, met die religieuze schilderijen van de afgelopen periode bij voorbeeld. Maar ik ben niet bezig met exposities zoeken. Liever ga ik mijn atelier in. Ik ben nog elke dag aan het werk. Iedere keer zijn er weer nieuwe bomen, nieuwe wolken. Mooi licht op het water. Ik pak steeds een ' stukje uit de natuur dat ik wil weergeven. Ik abstraheer, maar het moet wel iets zijn. En ik haat herhaling in een doek. Dus het is bij mij geen rijtje gelijkvormige wolken."
Bovenal staat de schilderkunst bij Vunderink in het teken van relativering; hij voelt zich niet arrivé. „Waarvoor ik het doe? Voor het mooi. Er zijn er vele doeken de wereld in gegaan, tot aan Japan, de VS en Rusland aan toe. Maar weet je, ik ben over mijn werk nog steeds zó onzeker. Ik wil het léren. En ik houd ervan als mensen laten weten wat ze er écht van vinden. Laatst was Frans Lander (kunst-kenner uit Woerden, red.) hier. Hij zag het schilderij van Christus aan het kruis en riep uit: 'Wat ben je toch een idioot, ik ga je eerst zoenen.' Maar het is ook meermaals gebeurd dat hij een doek zag en verontwaardigd zei: 'Dat is fout! Dat zie jij toch ook wel?!' Heerlijk vind ik dat. Ik was altijd bang voor kritiek. Je hangt toch in je blote kont aan de muur. Mensen kunnen zó je gevoelsleven inzien. Maar die angst heb ik nu niet meer."
Ultieme wens
Hij beaamt dat hij zich wel eens zorgen maakt over zijn gezondheid. Maar zolang het fysiek gaat, blijft hij schilderen. „Voor mij is toch wel de ultieme wens om de volgende dag een nieuw werk op te zetten. Ik ben nooit bang voor zo'n groot wit doek. Ik geef mezelf opdrachten, ik probeer of ik iets kan. Ik heb het gevoel dat ik nog moet beginnen. Mezelf elke dag opnieuw moet vragen: 'Kan ik dit?' Het zit 'm er eigenlijk in dat je dicht bij jezelf moet zijn. En dat is moeilijk." Piekeren over de vraag wat hij zou doen als het niet meer gaat, doet hij niet. „Als ik schilder, ben ik in het schilderij. Het is een therapie. Je moet het pakken zoals het gaat. De wereld is hard, hoor. Daar moet je mee dealen. Ik heb veel portretten met mijn handen geschilderd. Lex (Hüdering, partner van Ido, red.) heeft in de Tweede Wereldoorlog vier jaar in een Japans interneringskamp gezeten. Door wat hij heeft meegemaakt, ben ik met m'n vingers gaan tekenen. Al dat verdriet moet eruit, dat moet vanuit je ziel. Vandaar."

Bron: AD 23 maart 2019

Bronzen schaatser voor Kees Markman

De Meije - Tijdens de viering van het 100-jarig bestaan van ijsclub Meije Vooruit in café De Halve Maan werd scheidend voorzitter Kees Markman onderscheiden met de bronzen schaatser van de schaatsbond KNSB. Jan Revet van het gewest Zuid-Holland overhandigde dit teken van eerbetoon, vergezeld van de nodige lovende woorden. Die waren er ook van de ijsclub zelf, aldus de secretaris: "Vijftig jaar geleden werd Kees bestuurslid. In 1975 werd hij secretaris en vanaf 1987 voorzitter. Het was ook Kees zijn idee om toertochten door de Meije te gaan organiseren. Familie, vrienden en vele vrijwilligers hielpen mee met de organisatie en het uitvoeren van de toertochten. Zo werden er honderden liters erwtensoep en chocomel gemaakt. Als de chocomel bijna op was, werd die wel eens met water uit een wak aangelengd. De kinderen van de voorzitter zaten zondagmorgen uren aan de telefoon om een vermelding van de toertocht bij Vroege Vogels te krijgen. En veel Meijenaren hielpen met het vegen van de baan en het stempelen. Kees introduceerde voorts de 'ijstransplantatie'. Misschien was dat wel de eerste keer in Nederland. Jaren later gebruikte de Elfstedentocht-organisatie deze techniek ook. Door het enorme enthousiasme en doorzettingsvermogen van voorzitter Kees is de ijsclub een geoliede vereniging met een uitstekend machinepark, enthousiaste bestuursleden, vele vrijwil-ligers en sponsoren. Voorzitter, bedankt."
Na de vergadering was het tijd voor het Rad van Avontuur met mooie prijzen en een gezellige feestavond met de band Steelfactory.

Bron: Kijk op Bodegraven-Reeuwijk 20 maart 2019

Waterberging in Zegveld is bijna klaar, eerste test is geslaagd
'Badkuip' voorkomt wateroverlast

Rik Sneijder

Zegveld - Een 'badkuip' in Zegveld zorgt voor droge voeten in Woerden. Het waterschap is bijna klaar met de waterberging. De eerste test is geslaagd.
Het is nog een kwestie van een paar hekken neerzetten en nog wat kleinere klussen. Dan is aannemer Van Oostrum klaar met zijn werk langs de Grecht bij Zegveld. In opdracht van het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden heeft hij de kades versterkt, natuurvriendelijke oevers aangelegd, een waterberging gemaakt voor 100.000 kuub en een heuse dijk aangelegd. Gisteren is de duiker van de berging voor het eerst even opengedraaid. Het water uit de Grecht kolkt over het lager gelegen land. Het werkt in ieder geval wel.
Het is vijftien jaar geleden dat de dijk langs de Grecht werd opgehoogd. Deze zware kleidijk is in die jaren behoorlijk wat centimeters weggezakt in het veen.
Ook heeft het schap grond aangekocht om er overtollig water in op te vangen. Het gaat om een berging van 10 hectare, oftewel 20 voetbalvelden. „Wij verwachten de berging één keer in de drie jaar te gebruiken", zegt Roland Kastelein, projectmanager van het waterschap.
Oude loop
De grond die bij het afgraven van de berging werd overgehouden, is vervolgens gebruikt om de nieuwe dijk om de berging aan te leggen. Leuk detail is dat deze nieuwe dijk precies langs de oude loop van de Grecht is aangelegd. Achter deze dijk ligt het fraaie natuurgebied de Kamerikse Nesse waar onder meer een kolonie purperreigers leeft.
Arco van Houwelingen is als adviseur van Antea Group betrokken bij de werkzaamheden in Zegveld. De noodzaak van de 'badkuip' is wel bewezen, zegt hij. „Het is natuurlijk moeilijk te zeggen maar als de berging op 5 september vorig jaar al klaar was geweest, was er mogelijk minder wateroverlast in Woerden geweest." Het betrof toen hevige hoosbuien na een lange periode van droogte. In Woerden viel in een dag bijna honderd millimeter, net zoveel als normaal gesproken in de hele maand september valt. Toen maakte de brandweer overuren. „Bij overtollige neerslag wordt op de Grecht geloosd. Het poldergemaal Zegveld bemaalt de polders. Als het gemaal die neerslagpieken niet meer aan kan, blijft het water op het land staan", zegt Van Houwelingen.
Overigens heeft het schap met de werkzaamheden meteen maar het gemaal in Zegveld gerenoveerd en er ook een vispassage aangelegd. Het hele 'Grechtproject' heeft het schap 4,5 miljoen euro gekost. Voor de aanleg van de 5,3 kilometer lange natuurvriendelijke oevers heeft het schap een provinciale subsidie van een miljoen euro gekregen. Een natuurvriendelijke oever loopt geleidelijk af waardoor waterplanten en riet kunnen groeien en vogels en vissen hier bescherming kunnen vinden. Voor de aanleg van de vispassage naast het gemaal is drie ton aan subsidie ontvangen. „Het aardige van dit hele project is", zegt Kastelein, „dat alle facetten van het werk van een waterschap hier bij elkaar komen. We zorgen voor droge voeten door een waterberging aan te leggen, voor veiligheid door 8,5 kilometer aan kades te versterken langs de Grecht en voor schoon water door natuurvriendelijke oevers te maken."
Eerder stelde de toenmalige dijkgraaf van buurwaterschap Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard voor om in natte periodes water te bufferen voor tijden van langdurige droogte. Kan de waterberging bij de Grecht niet gebruikt worden om water op te slaan voor droge periodes? „Met een volle waterberging kun je bij zomerse hoosbuien dus geen water meer opvangen. Bovendien is deze berging te klein, er verdampt in een warme zomer veel", zegt Kastelein. „Maar het klopt dat waterschappen de laatste jaren bijna meer bezig zijn met maatregelen rondom de droogte."
De werkzaamheden bij de Grecht zijn dus bijna klaar. Er volgt nog een grote, technische test, zegt Kastelein. Daaruit moet onder meer blijken hoeveel water er precies in de 'badkuip' past.

ARCHEOLOGIE
Middeleeuwse schalen aangetroffen
Bij het uitgraven van de natuurvriendelijke oevers langs de kade en in het bergingsgebied zijn op vijf plekken bijzondere archeologische fragmenten gevonden. Het zijn stukken bewerkt hout en aardewerkscherven uit de late middeleeuwen. De werkzaamheden vonden plaats langs de oude veenrivier Meije, waar ooit mogelijk de eerste ontginningen in de Kamerikse en de Zegveldse polder zijn begonnen. „De scherven van een schaal lagen dicht bij elkaar. Dat betekent dat het geen afvalhoop is geweest, maar dat er mensen woonden in dit gebied", zegt Roland Kastelein van het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden. De archeologische vondsten liggen op dit moment opgeslagen bij de provincie Utrecht. Het is nog niet duidelijk of die ooit worden tentoongesteld. „Wij hebben een zorgplicht als er archeologisch waardevol materiaal wordt gevonden. Er is bij het afgraven van de natuuroevers zorgvuldig te werk gegaan om eventuele andere spullen niet te beschadigen."

Bron: AD Woerden 16 maart 2019

Bewoners met schrik vrij - Auto komt terecht in voortuin

René Cazander
De Meije - Piet de Bruin heeft geluk gehad, realiseert hij zich achteraf. Met dank aan de auto van zijn buurman, die voor de woning van de 68-jarige bewoner van De Meije stond. Die heeft er namelijk voor gezorgd dat de schade in de nacht van zondag op maandag beperkt is gebleven.
In plaats van direct de voortuin in te rijden en de pui van De Bruins woning te rammen, knalde in de nacht van zondag op maandag een zwarte Volvo op de auto van de buurman van de 68-jarige bewoner. De bestuurder was op de vlucht voor de politie en kwam vanaf de Hazekade.
De geramde wagen schoof een stukje opzij, ramde het oude ijzeren hek van de voortuin en kwam luttele tientallen centimeters voor de woning uit 1904 van De Bruin tot stilstand. Zodoende bleef de schade beperkt tot een kapot hek, afgebroken betonnen paaltjes en vernielde plantjes. De auto van zijn buurman is vermoedelijk wel total loss en is kort na de botsing weggesleept.
De bestuurder van de vluchtauto is nog spoorloos, ondanks de grote zoekactie die de politie kort na de crash in de omgeving had opgezet. De bestuurder, van wie de identiteit nog onbekend is, vluchtte bij een reguliere verkeerscontrole. Hierop zette de politie de achtervolging in, die begon in Noorden en via Zegveld uiteindelijk eindigde in de tuin van De Bruin.
De gedupeerde bewoner stond in de keuken toen hij opeens een harde klap hoorde. Toen hij naar buiten keek, zag hij de auto van zijn buurman bijna tegen zijn voorraam aan staan.
„Ik dacht: O, wat een herrie. De politie was er al. Die vroeg aan mij of ik iemand had zien uitstappen. Dat was niet het geval." Zijn dochter Dalou (20) en echtgenote lagen boven te slapen en hebben van de knal niets gehoord.
Niet onveilig
De Bruin woont al dertig jaar aan de Meije, pal op de grens van de gemeenten Bodegraven en Woerden. Maar een dergelijk ongeval heeft hij nog nooit meegemaakt. Volgens hem is de kruising Meije-Hazepad ook niet onveilig. „De mensen remmen hier wel af."
Nadat de bestuurder van de zwarte auto was gevlucht, zette de politie een zoekactie op touw. „Hij moet heel gauw uit de auto zijn gesprongen", zegt De Bruin, die voor de zekerheid gisternacht toch maar even in de schuur in zijn achtertuin is gaan kijken. Stel dat de bestuurder zich daar zou ophouden.

Bron: AD Groene Hart 12 maart 2019

IJsclub Meije Vooruit bestaat 100 jaar

De Meije - Op 27 februari was het 100 jaar geleden dat IJsclub Meije Vooruit is opgericht en daar wordt feestelijk bij stilgestaan. De nog altijd actieve ijsclub gaat dit vieren op vrijdagavond 15 maart in eetcafé de Halve Maan. Alle belangstellenden zijn welkom. Voorafgaand aan het feest is er een korte ledenvergadering waarin afscheid wordt genomen van de voorzitter en de nieuwe voorman wordt geïnstalleerd.

De eerste decennia van het bestaan van de ijsclub werd de club bestierd door negen boeren. Het betrof te allen tijde drie katholieke boeren, drie van gereformeerde afkomst en drie boeren met een hervormde afkomst. De ijsclub organiseerde nog geen toertochten zoals we die nu kennen, maar wel onderlinge wedstrijden zwieren, ringrijden en priksleeën en bijvoorbeeld schoonrijden voor paren. Het ijs werd door vele vrijwilligers handmatig geveegd en zo 'schaatsklaar' gemaakt. Bijna alle Meijenaren waren lid van de ijsclub en er werden regelmatig ledenvergaderingen gehouden.
OUD NOTULENBOEK
In een oud notulenboek waarin alle verslagen van de vergaderingen nauwgezet met de hand geschreven staan, vinden wij een aantal mooie citaten:
23 OCTOBER 1929
"....Bij de rondvraag wordt door een der leden gevraagd naar de traditionele uitdeling van sigaren; dit schijnt een aangename verrassing te zijn voor de leden; echter moeten zij zich dit jaar tevreden stellen met een pijp of met denken aan sigaren, daar er geen geld disponiebel is daarvoor. De voorzitter sluit hierna op de gewone wijze de vergadering. Zij was bezocht door 52 leden."
27 NOVEMBER 1930
"De heer Van Dommelen dient een voorstel in om de begunstigsters der vereniging welken een bijdrage storten in de kas der vereniging, deze vast te stellen op ten minste fl 0,75 welk voorstel met meerderheid wordt aangenomen.
29 JANUARI 1945
"In de rondvraag wordt er gevraagd of het niet mogelijk zou zijn een wedstrijd te organiseren voor minderbedeelden en dan om levensmiddelen als prijs, er wordt besloten om hier op korten termijn werk van te maken."
8 JANUARI 1946
"....vervolgens zeide de voorzitter dat we nu weer een vrije vergadering kunnen houden, na vijf jaar oorlog te hebben gehad en dat we ons niet meer bang hoeven te maken voor de vijand en dat van ons ledental geen slachtoffers zijn gevallen."
TOERTOCHTEN
IJsclub Meije Vooruit wilde graag een onafhankelijk en zelfstandige schaatsclub blijven maar dat werd steeds lastiger. Zonder lid te zijn van de bond werd het moeilijker vergunningen te krijgen voor de wedstrijden. Uiteindelijk werd in 1985 besloten om onder auspiciën van KNSB de toertochten te gaan organiseren. De toertocht is een rit van 15 kilometer over de Meije en de Nieuwkoopse Plassen. Een grote groep enthousiaste vrijwilligers zet de banen uit en veegt deze regelmatig. Behalve de toertochten worden er ook wedstrijdjes georganiseerd voor kinderen als er ijs ligt. In de jaren dat er geen ijs ligt, worden er uitjes georganiseerd, onder andere naar de ijsbaan in Utrecht.
Scheidend voorzitter Kees Markman
Markant Meijenaar Markman (76 jaar) is al 48 jaar lid vna de ijsclub en werd in 1975 secretaris van Meije Vooruit. Maar zoals Markman zelf zegt: "Ik kon beter lullen dan schrijven". Daarom werd hij al snel tweede voorzitter en later voorzitter. Tijdens de vergadering van 15 maart neemt hij afscheid. De steeds verdergaande digitalisering ontneemt hem het plezier in het voorzitterschap. Maar hij heeft bijzondere tijden meegemaakt met de ijsclub en kan er vol vuur en met veel kennis van zaken over vertellen. In 1976 werd de eerste toertocht georganiseerd met 230 deelnemers. In 2012 werd de elfde en, vooralsnog, laatste toertocht gereden met maar liefst 5.000 deelnemers. Markman: "Dat was teveel van het goede; het was zelfs in een file schaatsen. De mooiste toertocht was in de winter van 2009; dagenlang alles wit door de rijp, prachtig!" Hij heeft veel meegemaakt. Het dieptepunt was het overlijden van bestuurslid Marten de Bruin die tijdens het schaatsen in 2013 onder het ijs terechtkwam.
Markman draagt nu het stokje over aan de nieuwe voorzitter. Hij blijft betrokken bij de club en hij weet het zeker: "Er liggen nog mooie toertochten voor IJsclub Meije Vooruit in het verschiet.

Bron: Kijk op Bodegraven Reeuwijk 6 maart 2019