amerikaansevlag

Het was maandagochtend, 21 februari 1944. Op de Amerikaanse luchtmachtbasis van de 95e BombGroup in Horham, een kleine plaats langs de oostkust van Engeland, stapten rond negen uur tien mannen in één van de vele B-17 bommenwerpers die klaar stonden voor vertrek. Even daarvoor hadden de mannen, variërend in leeftijd van 19 tot 28 jaar, te horen gekregen dat het doel van die dag een vliegtuigfabriek in Braunschweig was, gelegen in het hart van Duitsland. Ook was de bemanning verteld dat ze voor de vierde keer op rij zouden vliegen in de B-17 met de bijnaam ‘San Antonio Rose’. Daarvóór hadden de tien reeds drie missies gevlogen in een ander toestel, en dus begonnen ze vandaag aan hun zevende missie.

Twee maanden eerder, vlak voor de Kerst van 1943, waren ze in Engeland gearriveerd. Maar hun avontuur was al veel eerder begonnen. In de loop van 1942 hadden de tien mannen zich vrijwillig aangemeld voor een opleiding binnen de luchtmacht. Hun redenen daarvoor waren divers. Soms was het een manier om zich los te maken van een vooraf uitgestippeld bestaan op de boerderij of in de fabriek. Maar natuurlijk speelde ook mee dat, in een tijd waarin vliegen nog voor weinigen was weggelegd, een bestaan als piloot, navigator, bommenrichter of schutter aan boord van zo’n machtige bommenwerper voor velen een enorme aantrekkingskracht uitoefende. Voor iedere jonge man die hield van techniek, luchtvaart en spanning was de mogelijkheid om zelf zo’n bommenwerper of jachtvliegtuig te besturen een zeer aanlokkelijk idee. Maar bovenal besloten deze mannen zich vrijwillig aan te melden vanwege de recente ontwikkelingen op het internationale strijdtoneel. De Duitse agressie in Europa had miljoenen mensen hun vrijheid ontnomen en de Japanse aanval op Pearl Harbour in december 1941 had aangetoond dat ook de vrijheid van de Amerikaanse burgers niet langer vanzelfsprekend was. De tien mannen van de San Antonio Rose beseften dat vrijheid niet kon bestaan als iedereen zich afzijdig zou houden en zijn hoofd afwendde op het moment dat inzet en offers werden gevraagd. En dus besloten ze zich in te zetten voor dat waar ze in geloofden: het verdedigen van vrijheid en vaderland, ongeacht de consequenties.
 
En dus werden ze vanaf de zomer van 1942 tot in het najaar van 1943 op diverse locaties in Amerikaanse ieder afzonderlijk opgeleid voor één van de vele functies aan boord van een B-17. Morris Marks doorliep de zwaarste opleiding en werd piloot. Ook Frank Derenberg volgde deze opleiding, en hij hoopte vurig ooit een jachtvliegtuig te kunnen besturen. Maar hij raakte tijdens zijn training – buiten zijn schuld om – betrokken bij een vliegtuigongeluk en moest lange tijd revalideren in het militair hospitaal. Hierdoor verloor hij de aansluiting bij de rest van zijn klas en werd hij uiteindelijk co-piloot op een B-17. Delmar Decker werd opgeleid tot navigator, George Amberg tot bommenrichter. Charles Barnthson doorliep de opleiding tot boordwerktuigkundige, Harold Cook werd radio-verbindingsman. Als laatste waren er vier mannen die werden getraind om boordschutter te worden: Rodney Hines, Barclay Glover, Larry Cuyler en Arden Miner.
In september 1943 werden deze tien mannen voor het eerst samengebracht op de luchtmachtbasis in Rapid City in het hart van Amerika. Hier leerden ze elkaar kennen en werden ze tijdens een trainingsperiode van drie maanden samengesmeed tot een hecht team. Na hun aankomst in Engeland in december 1943 volgde een periode van nog eens twee maanden waarin ze samen trainden en zich voorbereiden op de missies boven vijandelijk gebied. Hun eerste gevechtsmissie op 30 januari moesten ze door technische problemen noodgedwongen afbreken nog vóórdat ze de Nederlandse kust hadden bereikt. Daarna volgden in de eerste drie weken van februari 1944 vijf succesvolle missies naar doelen in Frankrijk en Duitsland, waarvan de mannen heelhuids terugkeerden.

Maar hun geluk sloeg om tijdens die missie van 21 februari 1944. Op de heenreis naar Braunschweig werd de San Antonio Rose geconfronteerd met zwaar Duits afweergeschut, maar door de uitgekiende route en de juiste hoogte bleven ze aanvankelijk net buiten bereik van de ontploffende granaten. Kort voordat ze hun doel bereikten werd echter één van vier motoren geraakt en begon de San Antonio Rose hevig te schudden. De situatie was penibel. Morris Marks vroeg zijn mannen of ze het toestel met hun parachute wilden verlaten, of dat ze toch zouden proberen hun doel te bereik en hun bommen af te werpen. De mannen kozen unaniem voor dat laatste en tot hun grote opluchting bleken ze juist op dat moment boven Braunschweig aangekomen te zijn. Na het afwerpen van de bommen zag piloot Marks zich echter genoodzaakt de snelheid van zijn B-17 te verminderen om zo het schudden van het toestel te stoppen. Het duurde niet lang of de rest van de formatie was uit het zicht verdwenen. De mannen van de San Antonio Rose stonden er alleen voor.  

Er volgde een spannende terugreis, waarbij piloot Marks en co-piloot Derenberg het toestel naar lagere hoogte stuurde, waar zich een dicht wolkendek bevond. Ze hoopten zich in deze wolken verborgen te kunnen houden voor de Duitse jachtvliegtuigen, die zich anders onherroepelijk op de San Antonio Rose zouden storten. De beide piloten hadden tijdens hun opleiding geleerd om enkel op de instrumenten te vliegen, dus zonder zicht naar buiten. Die ervaring was nu hard nodig om in het dichte wolkendek de weg terug naar Horham te vinden. Lange tijd wisten de mannen ongezien hun weg voort te zetten, maar aangekomen boven midden-Nederland viel het wolkendek ineens uiteen. Uiteindelijk was er zelfs geen wolkje meer aan de hemel te ontdekken en bleek de San Antonio Rose plotseling omringd door een groot aantal Duitse jagers. De mannen weerden zich dapper, maar de strijd was ongelijk en de Duitse Messerschmitts doorzeefden de B-17 met hun boordmitrailleurs. Vele inwoners van Zegveld zagen met eigen ogen hoe de bommenwerper over het dorp vloog en daarna moeizaam voortploegde richting De Meije. Inmiddels was een tweede motor uitgevallen en slechts één van de boordschutters van de San Antonio Rose – vermoedelijk Barcley Glover - vuurde nog terug. De bommenwerper was onbestuurbaar geworden, leek aanvankelijk nog omhoog te kruipen, maar draaide plotseling naar rechts en dook steil naar beneden. Alleen flankschutter Barclay Glover en boordwerktuigkundige Charles Barnthson hadden het geluk net voor dat moment het toestel aan hun parachute te kunnen verlaten, de andere acht bemanningsleden gingen met het brandende vliegtuig mee naar beneden.  

De twee overlevenden Barnthson en Glover meldden zich op de boerderij van Cornelis Bol, die de dorpsdokter Roskott liet halen. De dokter nam de beide mannen mee naar zijn praktijk en verzorgde ze. Korte tijd later werden ze daar door de Duitsers gearresteerd, maar ook boer Bol en dokter Roskott werden opgepakt. De beide Zegvelders zouden vier maanden vast zitten, waaronder in het beruchte Kamp Amersfoort. Een zeer zware straf voor het tonen van medemenselijkheid. Enkele dagen na de crash voerden de Duitsers een beperkte berging uit, waarbij drie lichamen werden geborgen. In 1946 volgde een Amerikaanse berging, waarbij de resterende vijf lichamen werden aangetroffen.

Het is inmiddels bijna drie jaar geleden dat ik me voor de eerste maal verdiepte in de gebeurtenissen van 21 februari 1944 en het verhaal van de San Antonio Rose. In die periode heb ik vele nieuwe vrienden gemaakt: hier in Zegveld, waar een groep mensen bleek te zijn die de mannen van de bommenwerper nooit waren vergeten en nog altijd de overtuiging hadden dat er een herdenkingsmonument moest komen. Zij hebben zo veel werk verzet om deze onthulling mogelijk te maken en zonder de anderen tekort te willen doen, kan ik zeggen dat zonder Wout Verweij wij hier vandaag niet hadden gestaan. Ik heb vrienden gemaakt in Amerika; de familieleden van de bemanning die in de meeste gevallen zo onwaarschijnlijk enthousiast reageerden op mijn vraag – de vraag van een totale vreemde aan de andere kant van de aardbol - om informatie, terwijl daarmee ongetwijfeld een hoop oud verdriet weer naar boven kwam. Zonder hun hulp zouden we de mannen achter de namen op het monument nooit gekend hebben. Maar – en dat klinkt misschien gek - ook de tien bemanningsleden van de San Antonio Rose zijn de afgelopen drie jaar mijn vrienden geworden. Door de brieven, dagboeken, verhalen, foto’s en documenten die de familieleden beschikbaar stelden, heb ik niet alleen de militairen leren kennen, maar vooral de mannen daarachter. Door elke brief die co-piloot Frank Derenberg naar zijn zus schreef, en waarin hij haar vertelde hoeveel hij hield van zijn 5-jarige nichtje Marilyn en hoe hij haar miste. Door elke brief die hij zijn zus schreef en waarin hij zich afvroeg of hij ooit de liefde van zijn leven zou vinden en of hij ooit het geluk zou mogen hebben om zelf een gezin te stichten. Of door het dagboek van piloot Morris Marks, die schreef hoe verschrikkelijk hij baalde als hij voor zijn gevoel een van de vele tussentijdse examens had verprutst. Maar waarin hij meteen daarachteraan noteerde hoe blij hij was dat hij te horen had gekregen dat zijn resultaten tóch voldoende waren en hij door mocht met zijn pilotenopleiding. Of als Morris in de kantlijn van zijn dagboek krabbelde hoe vaak hij zich kon opdrukken, of hij hoe snel hij de 100 m die dag had gelopen tijdens de zware atletieklessen. Of het verhaal over navigator Delmar Decker, die als 8-jarig jongentje op weg was met zijn pony en een kleine wagen daarachter. Toen de pony op hol sloeg en de kar aan gruzelementen lag, zei de altijd optimistische Delmar tegen zijn geschrokken tante: ‘Wees niet boos. Ik denk dat het nog wel gemaakt kan worden. Kijk, het opstapje is nog heel’. Maar dat was zo ongeveer het enige deel van de wagen dat niet aan stukken lag.

Deze persoonlijke verhalen maken duidelijk dat de tien mannen van de San Antonio Rose meer waren dan goed getrainde militairen: het waren mannen net als u en ik. Mannen met angsten, verwachtingen, wensen en toekomstdromen. Dromen die (voor acht van hen) abrupt eindigden om kwart over vier op die 21e februari 1944. Dromen die abrupt eindigden omdat ze bereid waren hun leven in de waagschaal te stellen voor onze vrijheid.

De onthulling van vandaag (8 oktober 2015) is extra bijzonder door de aanwezigheid van veertien Amerikaanse nabestaanden van drie families:
- Del Marks, de neef van piloot Morris Marks, en zijn vrouw
- Marilyn Stults, nicht van co-piloot Frank Derenberg met haar man, dochter, schoonzoon en twee kleinkinderen
- Marion McGormick, zus van navigator Delmar Decker, met twee dochters en zoon, en twee schoonzonen. Hun aanwezigheid bij dit moment laat zien dat de geschiedenis van Zegveld en die van tien Amerikaanse families voor altijd verbonden zullen zijn.

Onze vrienden van de San Antonio Rose: weet dat jullie offers nooit vergeten zullen worden. Rust in vrede.    

 



foto5