'Kijken naar de sterren vanuit bad'

Bert van den Hoogen

STIJLVOL Als je een oude boerderij gaat verbouwen, dan kun je het maar beter meteen goed aanpakken. Daar kwamen Pascal en Doreen Distel achter toen ze aan de Hoofdweg in Zegveld aan een uitdaging begonnen.
Dat er iets aan de woonboerderij moest gebeuren, was in 2013 voor Pascal en Doreen wel duidelijk. Doreen: „Een oud pand dat je voor een groot deel moet slopen om er weer iets van te maken, heeft ook voordelen. Je kunt de betere, oude delen goed bewaren en de indeling helemaal naar je eigen idee maken. We zagen direct wat het kon worden."
Ze zouden beginnen met de begane grond. Hier was van voor naar achteren een hal met aan weerszijden allemaal kleine ruimten, zoals boerderijen vroeger waren ingedeeld. Ze maakten een plan om de tussenwanden eruit te slopen. Eén hoek was verzakt en zou moeten worden opgehoogd. Pascal: „Toen we de aannemer erbij haalden, adviseerde hij om meteen de bovenverdieping erbij te betrekken. Vervolgens kwamen we tot de conclusie dat het nog beter was om de gevels en het dak te vernieuwen. Het werd van kwaad tot erger. Op een gegeven moment stond het hele huis op stempels."
Het slopen deden ze zelf, onder begeleiding van de aannemer. Pascal: „Dat was soms best spannend. Bij het slopen van de achtergevel sloeg ik één steen weg, waardoor de hele houten kapconstructie licht bewoog. Toen kreeg ik even een hartverzakking. Het opkrikken van de verzakte hoek ging in stapjes: iedere dag een stukje. Dat vond de aannemer weer spannend."


Pascal en Doreen lieten de woning casco met installaties opleveren, om vervolgens de afwerking zelf te doen. Daarbij was het karakter van de boerderij leidend. Aan de voorkant is een woonkeuken. In de woonkamer is er nog de opkamer met daaronder de kaaskelder. Zelf zijn ze vooral trots op de houten balken van de tussenvloer. Pascal: „Er werd ons aangeraden om het plafond dicht te maken, maar wij vonden die balken juist zo mooi. Dat betekende wel dat we wekenlang aan het schuren waren."
De bovenverdieping hebben ze zoveel mogelijk opengehouden. De rieten kap is vervangen en het dak is van binnen vlak afgewerkt. Door de strakke afwerking wordt de houten gebintconstructie overal benadrukt. Er zijn nu drie slaapkamers, maar de overloop is groot genoeg om er nog een kamer bij te maken. Doreen: „Je kunt er met een dakkapel meer ruimte en licht in brengen." In de badkamer komt het licht van een dakraam pal boven het bad. Doreen: „Dat was een grote wens, liggend in bad naar de sterren kijken."
Het meeste werk deden ze in de eerste vijf jaar. Toen hun dochter geboren werd, deden ze het iets rustiger aan. Het plan was een woning te realiseren waar ze de komende dertig jaar kunnen wonen. Daarvoor waren ze vanuit Woerden naar Zegveld verhuisd. Doreen: „Ik heb op zoveel plekken gewoond, dat ik nergens mijn wortels heb. Pascal is in Woerden geboren en getogen. We kozen voor Zegveld, omdat het dichtbij Woerden." Pascal: „Zegveld is een ontzettend leuk dorp waar we ons direct welkom voelden. Maar ons hele leven speelt zich af in Woerden. Dus hebben we besloten om naar Woerden terug te gaan."
WAT EN HOE
Adres: Hoofdweg 37, Zegveld
Bouwjaar: 1880
Type woning-, woonboerderij
Woonoppervlak: 192 m2
Perceeloppervlak: 340 m2
Kamers: 5 (3 slaapkamers)
Ligging: centrum, vrij uitzicht
Vraagprijs: 589.000 euro
Bijzonderheden: Volledig gerenoveerd en gemoderniseerd.
Makelaar: Drieman Garantie-makelaars. Driemanwoerden.nl

Bron: AD Groene Hart 18 juni 2020

Koeien melken op een bodem van pap

Voor het klimaat moet het Groene Hart vernatten. Maar, kan je op een veel natter weiland nog wel een boterham verdienen met koeien en gras? Om die vraag draait het vijf jaar durende experiment met de hoogwaterboerderij in Zegveld, midden in het veenweidegebied bij Woerden.

Koeien, gras, sloten. Op het eerste gezicht ziet de hoogwaterboerderij in Zegveld, met honderd koeien op 40 tot 50 hectare land, er uit als een gewoon melkveebedrijf in het Groene Hart. Van hoog water in de sloten valt niets te zien. „Het bijzondere zit onder de grasmat. Op twintig centimeter staat het grondwaterpeil, veel hoger dan gebruikelijk", legt Frank Lenssinck uit. „Dat kan dankzij een systeem van drainagebuizen waar we heel veel water in pompen om dat peil in de zomer zo hoog te krijgen."
Lenssinck is directeur van het Veenweide Informatie Centrum (voorheen de proefboerderij) in Zegveld. Deze club jaagt vernieuwingen aan in de landbouw in het veenweidegebied. Denk aan experimenten met natte teelt als cranberry en lisdodde of de teelt van eiwitrijke insectenlarven.
Vernatten is de opgave waar de naar schatting 1200 melkveebedrijven in het veenweidegebied van het Groene Hart onherroepelijk mee te maken krijgen. Door het huidige lage waterpeil verdroogt en oxideert het veen en komt veel broeikasgas in de atmosfeer. De emissie is het hoogste tijdens een warme, droge zomer en daar hebben we er de laatste jaren veel van gehad. In het veenweidegebied zakt het grondwaterpeil dan wel tot een meter onder het maaiveld.
En door de oxidatie daalt de veenbodem tot wel een paar centimeter, waardoor de polders nog meer bemalen moeten worden. Willen we de planeet redden, dan moet deze cirkel doorbroken worden. Dat is de boodschap aan de melkveehouderij in het veenweidegebied die in het Klimaatakkoord staat.
Sceptisch
En dat vernatten gaat de boeren pijn doen, weet ook Frank Lenssinck, want het staat haaks op het beleid van de waterschappen van afgelopen eeuwen. „De meeste boeren reageren nogal sceptisch op de hoogwaterboerderij. 'We bemalen de polders toch juist om draagkracht te krijgen? En nu maken jullie er een pap van?' Dat geluid hoor ik vaak van boeren. Maar de maatschappelijke druk is zo groot, we moeten wel wat."
Rijk, provincies, waterschappen, bedrijfsleven en de boeren (LTO) hebben 2,5 miljoen euro op tafel gelegd voor een vijfjarig experiment: boeren bij hoogwater. Het gaat om een nieuwe vorm van melkveehouderij met minimale klimaatimpact en minimaal gebruik van kunstmest en krachtvoer. Het experiment past in de lijn van kringlooplandbouw.
Daarvoor is de boerderij aangekocht met 50 hectare land pal naast het VIC in Zegveld, er is een fulltime bedrijfsleider ingehuurd en het terrein staat vol met metertjes en instrumenten om bijvoorbeeld de emissie van broeikasgassen te meten.
Het onderzoek wordt uitgevoerd door Wageningen University & Research, het Louis Bolk Instituut, KTC Zegveld en PPP-Agro Advies. „Je kan zo'n proef niet op een paar percelen doen. Je hebt echt een boerderij, een compleet bedrijf nodig om de onderlinge effecten tussen de bodem en de koe te kunnen meten. Koeien en hoe je ze huisvest, hebben weer invloed op de grond. En dat heeft weer gevolgen voor de opbrengsten. Zo hangt alles met elkaar samen", zegt Lenssinck.
Hoosbui
Met het droge weer van de afgelopen maanden is de hoge grondwaterstand een groot voordeel, want het gras kan blijven groeien. Maar wat gebeurt er in het najaar en voorjaar wanneer er veel regen valt? Of tijdens een zomerse hoosbui? „Het is de vraag of we het water dan kwijt kunnen of dat het blijft staan. Veen is net beton: het laat heel weinig water in en uit. Kan je dan met je machines nog wel het land op? Kunnen de koeien er tegen of zakken ze door de mat? En wat betekenen die plassen voor de emissie? Bij een snelle variatie van nat en droog kan je veel lachgas krijgen. Dat is het meest schadelijke broeikasgas."
Ja, het is de wereld op zijn kop voor de melkveehouder. En dat geldt niet alleen voor de waterstand bij de hoogwaterboerderij. Ook voor de koeien en het gras is alles anders. Boeren hebben altijd gekeken naar koeien die zoveel mogelijk melk geven. Daarom zie je vooral de grote Holstein-Friesian-koeien van zo'n 580 kilo, dat zijn melkfabrieken. „Maar zijn dat ook de beste koeien voor deze boerderij? Moet je niet kijken naar een kleiner, lichter koetje dat misschien beter uit de voeten kan op een drassige bodem? Kleinere koeien, maar meer koeien? En hoe zit dat met de regelgeving? En met de mestproductie? Dat is nooit uitgezocht of getest, laat staan in praktijk gebracht. Daarom zetten we drie koppels naast elkaar: Holstein-Friesian (580 kilo), Blaarkop (600 kilo) en Jersey (400 kilo)."
Nulmeting
De grasmat zal gaan veranderen door de vernatting. „Daarom hebben we een botanicus een nulmeting laten doen. Je zult zien dat je automatisch minder van het gewone productiegras, het Engels raaigras, krijgt en meer soorten die van een nattere bodem houden zoals ruwbeemd, geknikte vossenstaart en kruipende boterbloem. Die zaadjes zitten gewoon in de mat en komen nu automatisch tot ontkiemen door de nattere omstandigheden." En dan is het de vraag of de koeien het nog wel willen eten. Of beter gezegd, welke koe presteert het beste op dit menu.
Uiteindelijk draait het om de rendabiliteit van de hoogwaterboerderij. Ofwel het inkomen van de boer. „Dan kijk je in eerste instantie naar de melkproductie. Maar biodiversiteit is ook een inkomstenbron. Denk aan weidevogel- en botanisch beheer. Grutto's en kieviten worden aangetrokken door hoogwater. En Engels raaigras verdwijnt voor een belangrijk deel en er komen andere grassen en kruiden voor in de plaats. Ook hiervoor bestaat belangstelling en heeft de Nederlander geld over."
Als gevolg van vernatting kan de grond in waarde dalen. „Stel dat de boer er 50.000 euro voor betaald heeft en hij kon dat in zoveel jaar terugverdienen met het toenmalige waterpeil. Als gevolg van de door de overheid opgelegde vernatting haal je die opbrengst niet meer en is de grond bijvoorbeeld nog slechts 30.000 euro waard. Dan zal de overheid dat verschil moeten bijleggen. Ook dat zijn inkomsten, al is het slechts eenmalig."
Haven
Carboncredits kunnen ook geld opleveren. „Bedrijven zijn verplicht om hun C02-uitstoot te compenseren. Stel dat de Rotterdamse haven zijn CO2 moet compenseren. Doet de haven dat zelf dan gaat dat een x-bedrag kosten. Maar als een ander dat goedkoper kan, dan laat de haven een ander dat doen. Die ander kan de hoogwaterboerderij zijn, maar de haven kan ook een polder in het Groene Hart opkopen en onder water zetten. Afijn, je krijgt allerlei nieuwe deals. En daar is de overheid nogal huiverig voor."
Zo ver is het nu nog niet. Een ding is zeker: de landbouw gaat veranderen. En of een melkveebedrijf rendabel is bij een hoge grondwaterstand, weten we over vijf jaar.
Bedrijfsleider van de Hoogwaterboerderij is Peter ten Haken (61). Hij is een boer met een vracht aan ervaring in binnen- en buitenland. „Ik vind dit een superleuk project. Allerlei zaken uitzoeken en we gaan tot op het randje."
Ten Haken werkte op drie proefboerderijen van Universiteit Wageningen. „Op de droge zandgrond onder Eindhoven, op de zeebodem bij Lelystad en als laatste op de Dairy Campus bij Leeuwarden."
In de Friese hoofdstad heeft hij zijn huis en woont zijn vrouw. Doordeweeks is Ten Haken in Zegveld, in het weekeinde in Friesland. „Mijn vrouw kan ook naar Zegveld komen. Ik ben vaak mijn werk achterna gereisd. Maar vooralsnog ben ik niet van plan te verhuizen. Ik heb wel vaker gependeld."
Ten Haken heeft 3,5 jaar in Rusland gewerkt om grote boerenbedrijven op te zetten. „Dat was een regime van zes weken werken, twee weken thuis." Ook in Portugal en Duitsland heeft hij als bedrijfsleider gezeten, maar toen nam hij zijn gezin mee.
Heeft hij al eerder de kleine Jersey koeien gemolken, waar in Zegveld mee wordt geëxperimenteerd? „Ach, het is een ander ras, maar een koe is een koe."

Bron: AD Groene Hart 10 juni 2020